Waarom een scheidingslijn tussen werk en privé niet werkt.

 

Velen zullen nu zeggen dat dit komt door de technologie van vandaag. De technologie die ervoor zorgt dat we altijd bereikbaar zijn, altijd bij ons werkmail kunnen en waardoor thuiswerken mogelijk is. De scheidingslijn is moeilijker vol te houden, want je kan 24/7 werken. Onafhankelijk van waar je bent: thuis of op kantoor. Dit vraagt meer van ons dan voorheen. We moeten in ons dagelijks leven constant een afweging maken wanneer we iets wel of niet doen. Het vraagt van je dat je je grenzen bewaakt in plaats van dat dit voor je wordt gedaan door praktische zaken, zoals het sluiten van het kantoor om 17:00 uur.

En natuurlijk …..bovenstaand is een oorzaak waardoor het volhouden van een scheidingslijn tussen werk en privé moeilijker is. Maar laten we een laag dieper gaan en de volgende vraag stellen:

WAAROM wil je een scheidingslijn tussen werk en privé?


Het creëren van deze scheidingslijn komt voort uit de gedachte dat je werk niet leuk is (of minder leuk) en je er thuis daarom afstand van wilt nemen. Of puur alleen om inkomen te genereren…om in de privésfeer leuke dingen mee te kunnen doen.


De vraag ‘leef je om te werken, of werk je om te leven?’ wordt vaak gesteld. En het is eigenlijk geen vraag, het voelt meer als een test, want stiekem wordt het laatste als antwoord verwacht: ‘ik werk om te leven!’ En bij het geven van dit antwoord kloppen we onszelf op de borst.


Maar juist door het te benaderen als een verschil – leven óf werk- creëren we automatisch een setting waarbij werk dus niet verenigbaar is met wie we zijn en wat we graag doen (ons leven). En wordt werk een opzichzelfstaand ‘iets’ en een noodzakelijk kwaad waar we continue afstand van willen nemen. Waar we een scheidingslijn voor creëren.


Het creëren van deze lijn zorgt voor frictie. Zeker bij de jongere generatie. Zij willen juist werk doen dat een verlengstuk is van wie ze zijn. En waarom? Vanwege de welvaartsontwikkeling in Nederland: de jongere generatie hoeft geen keuzes te maken op basis van overleven of armoede. Dit in tegenstelling tot mensen die voor en net na de oorlog zijn geboren (en de generatie erna). Die de noodzaak hebben gevoeld om elk werk te accepteren, zodat er brood op de plank kwam. Waarbij gezinnen nog groot waren en je gewoon je steentje moest bijdragen als oudste zus of broer, punt!


Tegenwoordig is de keuzevrijheid groter doordat basisbehoeftes zoals veiligheid en zekerheid ten aanzien van voedsel en onderdak vrijwel zeker aanwezig zijn. Ook het volgen van onderwijs is toegankelijker geworden.


Kortom: de jongere generatie is opgegroeid met meer maar ook met een ander soort welvaart. Individuele gevallen van armoede zijn er overigens helaas wel, maar het merendeel kent geen schaarste. Juist door deze welvaartshift kan je je keuzes ‘veroorloven’ die op het vlak van persoonlijke ontwikkeling liggen: ‘wat wil ik nu echt? Wat vind ik leuk om te doen? Waar wil ik aan bijdragen?’


Maar laten we eerlijk zijn…dit zijn lastige vragen om te beantwoorden! Al helemaal om het door te vertalen naar werk. Ook voor jongeren. Dit komt omdat we het nog niet gewend zijn om zo invulling te geven aan werk én ons schoolsysteem voorziet je er ook niet in. Die voorziet voornamelijk in basiskennis en minder in persoonlijke ontwikkeling.


Maar hoe krijg je het dan wel voor elkaar? 

Allereerst door te stoppen met het zien van werk als iets dat los staat van je privé(leven). Het helpt om bij jezelf na te gaan welke waarden en overtuigingen jij hebt ten aanzien van werk. Bekijk je het vanuit moeten of willen?


Werk mag en kan een verlengstuk worden van wie je bent. Een uiting of manifestatie van wat jij belangrijk vindt en waar jij aan wilt bijdragen. Het beantwoorden van vragen zoals ‘wat vind ik belangrijk?’ en ‘waar wil ik aan bijdragen?’ vergt een investering in je persoonlijke ontwikkeling. Ook hier kan je je op bezinnen door na te gaan welke investering (in tijd, geld en energie) jij hebt gedaan op het gebied van persoonlijke ontwikkeling? Of staat het stil en blijf je maar doen wat je altijd deed?

Photo by Anika Huizinga on Unsplash