Schipperen is levenskunst

Schipperen is levenskunst

 nnSchipperen is meebewegen

Onlangs raakte ik in gesprek met een lezer van mijn boekje ‘Schipperen is levenskunst. Persoonlijk leiderschap in roerige tijden’ dat in juni uitkwam. Zowel haar als mijn kinderen zijn nu twintigers, en terugkijkend op de opvoeding beseften we dat het begrip schipperen ook zeer van toepassing is op het ‘moederen’ en ‘vaderen’. En dan het schipperen niet alleen in de zin van laveren en bijsturen maar zeker ook in de betekenis van het uitzetten van de koers als schipper.

Als ouders is het de kunst om voortdurend mee te bewegen met wat op een zeker moment nodig is  voor de kinderen, en ook voor jezelf en je relatie. Tegelijkertijd houd je daarbij als het goed is het opvoedingsdoel voor ogen: hoe help je je kinderen opgroeien tot volwassenen die hun weg in de wereld weten te vinden en hun bijdrage aan de samenleving kunnen geven?

Hoe ouder onze kinderen werden, hoe meer ze oppikten van ons uitgangspunt bij de opvoeding en begeleiding naar volwassenheid. Het motto was: ‘vrijheid is niet los verkrijgbaar: het gaat altijd om de combinatie van de twee V’s van Vrijheid en Verantwoordelijkheid’ (*).

Mijn partner had er lol in om het verlangen naar meer vrijheid bij de kinderen steeds proberen net voor te zijn. Een voorbeeld uit hun puberteit: hij vermoedde dat onze zoon niet meer opgehaald wilde worden na een feestje verder weg. Voordat hij ons daarom vroeg kreeg hij het voorstel: als je eraan toe bent om alleen naar huis te gaan, moet je voor twee dingen verantwoordelijkheid nemen: 1) niet zóveel drinken dat je niet zonder risico zelf thuis kan komen en 2) je houden aan het afgesproken tijdstip (en dus niet beschonken drie uur later thuiskomen).

Een ander opvoedprincipe was: Gelijke monniken, gelijke kappen; ongelijke monniken, ongelijke kappen. Dus voor een dochter die niet van drinken houdt en uit zichzelf op tijd komt, geldt weer een andere overeenkomst, zoals ‘zorg dat je met minstens twee anderen naar huis fietst, waarvan één  een betrouwbare jongen’. Als blijkt dat het kind leert om zich die twee V’s steeds meer eigen te maken, krijgt het automatisch ook meer ruimte en hoeft daar niet voor te gaan knokken: zo kan het losmaken dus op een organische manier groeien.

Wat ik toen ik moeder werd niet besefte, was hoe sterk ik de verantwoordelijkheid zou gaan voelen voor de kinderen die aan me toevertrouwd waren. En ook hoe zwaar dat kon zijn bij tijd en wijle, wat me zo kon doen verlangen naar meer vrijheid. Hoe gezellig en vervullend het gezinsleven ook kan zijn als je een beetje geluk hebt: veel ouders weten ook dat het gepaard kan gaan met gevoelens van beknelling door de ijzeren patronen en vele verplichtingen die een gezin nu eenmaal met zich meebrengen.  Het vraagt om geduld, om mee te veren met het tempo van de kinderen en het gezinsleven. Er druk op zetten werkt niet, net zoals gras niet groeit door eraan te trekken heb je met kinderen niks aan haast. “No hurry, no worry”.

Toen ik nadat ik onze jongste in groep 1 had gebracht voor haar eerste schooldag ontroerd en met een gevoel van verlies naar huis fietste, voelde ik toch ook al snel de vreugde ervan. Het gaf ruimte voor nieuwe dingen. De kleintjes die vaardiger worden en steeds minder afhankelijk geven ouders weer zicht op andere mogelijkheden. Meer ruimte voor ontwikkeling, voor verdere ontplooiing, al dan niet via het werk. Dus toen ‘poef!’ opeens acht jaar later de middelbareschooltijd aanbrak, leefde ik in de verwachting dat er zeeën van tijd voor ons lagen.

Bij mijn eigen start in de brugklas regelde ik destijds alles zelf en had mijn ouders niet nodig – althans dat dacht ik, ook omdat zij als Noordzeevisser en fulltime moeder van een groot gezin geen idee hadden wat een havo/vwo-brugklas inhield. Het lukte me allemaal best en ik werd snel zelfstandig. Maar 35 jaar later met mijn eigen kinderen was het toch echt andere koek. Wát een hoge eisen, wat een hoop huiswerk, wat een plannings- en coördinatievaardigheden werden er van hen gevraagd. Ik kon me niet voorstellen dat er kinderen waren die dit zonder hulp en nabijheid van hun ouders konden redden, hoewel ik niet uitsluit dat het voor twaalfjarigen met een meer praktische inslag en/of meer motivatie beter te doen zal zijn.

Opnieuw schipperen dus, niks forceren en niet haasten. Bijsturen en langszij komen bij de kinderen om in te spelen op wat zij nodig hadden, de koers voor onszelf weer even verleggen. Het was mijn ervaring dat elke fase weer om een andere vorm van schipperen vraagt, en ons uitdaagt ons kompas te blijven gebruiken als check of we op koers zijn: leven we volgens onze (gezins)waarden? Draagt dit bij aan het floreren van onze kinderen, van onszelf? Waar draait het nu écht om?

Bijsturen en geduld oefenen, jezelf trainen in geen  haast hebben is iets wat ouders van kinderen met een handicap, ontwikkelingsachterstand of ernstige ziekte in sneltreinvaart (moeten) leren. Meestal kan dat gelukkig wat rustiger, met horten en stoten. Hoe dan ook: het scheelt veel frustratie als we onder ogen zien wat er nodig is en leren vertrouwen op de ontwikkeling van onze kinderen.

Achteraf had ik dat beter kunnen doen dan dat ik deed, ik had soms te veel haast. Haast hebben jaagt onvrede aan, meebewegen geeft meer bevrediging. Ik kan wel zeggen hoe enorm vervullend het is om te zien dat je jongvolwassen kinderen – ondanks de ouderlijke missers –  inderdaad uitgegroeid zijn tot  mensen die in staat zijn tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling. Als moeder was ik kennelijk toch echt ‘good enough’, kan ik dan opgelucht constateren; gelukkig hangt niet alles van ons alleen af!

 

(*) Tijdens onze studie maakten wij kennis met de pedagogiek van Langeveld, die we inspirerend vonden omdat hij zowel naar het kind keek als naar het deel uitmaken van een groter geheel. Uit Wikipedia: “Het doel van de opvoeding is volgens Langeveld de mondige persoonlijkheid. Heel het opvoedend gedrag is erop gericht het kind te helpen mondig te worden, dat wil zeggen, in staat tot bekwaam en moreel en betrouwbaar deelnemen aan samenleving en zelfvorming. (…) De rol van de opvoeder is die van het plaatsvervangend geweten zolang het kind nog niet zelf in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelingen. De opvoeder is daarbij het model van een ‘zelfverantwoordelijke persoonlijkheid’, gekenmerkt door eigenschappen als gewetensvol, liefdevol, onbaatzuchtig en oprecht. De verantwoording van het kind aan zijn ouders dient geleidelijk aan van de ouders naar binnen te schuiven, zodat het kind tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling kan komen. Doel van de opvoeding is de persoonlijke vrijheid en de opvoeding tot personen die achter hun morele oordelen kunnen staan.

Photo by Maximilian Weisbecker on Unsplash

Klein taalgebruik bij vrouwen. Durf jij stellig en bepalend te zijn?

Klein taalgebruik bij vrouwen. Durf jij stellig en bepalend te zijn?

Laatst had ik een interessante interactie op het schoolplein. Ik sprak een vader van een klasgenootje van mijn dochter. We hadden het over halen en brengen en hij zei zoiets als: “Dan breng ik haar zo laat weer terug.” Een heel normale opmerking. Bij mij bleef het hangen. Hoe zou ik zoiets zeggen? Ik besefte dat ik altijd de neiging heb om toestemming te vragen. Ik had waarschijnlijk gezegd: “Vind je het goed als ik haar om … weer terug breng?”

De stelligheid waarmee hij het zei stond in schril contrast met de vragende houding die ik soms aanneem. Later in de week merkte ik op dat ik het vaker deed, toestemming vragen in plaats van zelf bepalen. Ik vond het opvallend.

Onszelf klein houden in taalgebruik en in contact & waarom doen we dit?

De vraag is natuurlijk; Waarom doen we dit? Ervan uitgaande dat ik niet de enige vrouw ben die het zo aanpakt. Als ik het bij mezelf onderzoek zit er zoiets achter als: ik wil aardig gevonden worden. Als ik te stellig dingen zeg, word ik vast dominant gevonden. Kortom, ik maak de relatie met de ander (in dit geval vader van dochters vriendinnetje) belangrijker dan mijn eigen positie. Ik wil dat hij me aardig vindt. Daardoor houd ik me kleiner in taalgebruik dan nodig zou zijn.

Warm en vriendelijk overkomen is voor vrouwen in het algemeen belangrijk. We worden er ook op beoordeeld door anderen. Als vrouw moet je ook ‘dealen’ met een vrouwelijk stereotype. Een vrouw die stevige taal gebruik is snel een ‘b*tch’. Een man die stevige taal gebruikt is een leider. Dus als vrouw is het minder wenselijk vanuit deze achtergrond om leiderschap en stevigheid te tonen.

Herken jij het ook? En wat is het gevolg?

Ga er maar eens op letten, hoeveel vrouwen zichzelf kleiner maken in taalgebruik.

Voorbeelden hiervan zijn:

-“Vind je het ok als…” i.p.v. – “Mijn plan is x, hoe is dat voor jou?”

-“Zullen we dit gaan doen” i.p.v. – “Mijn wens is om …, sta jij hier ook voor open?”

-Verkleinwoorden als ‘bijna’, ‘een beetje’ en sowieso de toevoeging –‘tje’ of je’. Ik heb een ‘bedrijfje’ i.p.v. een bedrijf (deze heb ik zo vaak gehoord!!). Een ‘praktijkje’  i.p.v. een ‘praktijk’.

-“ik weet het niet zeker maar, ….”(en dan zeggen wat je wilt zeggen) i.p.v.  “Dit is mijn mening, hoe kijk jij ernaar”?

Regelmatig merk ik nog dat als mijn kleuter vraagt: “Mama, waarom is een wolk wit?” (bijvoorbeeld) dat mijn eerste reactie is: “Ik weet het niet, maar .. waarschijnlijk omdat zus en zo”. Het lijkt onschuldig maar dit is het niet. Het is elke keer een verkleining van mezelf. Zeker in contact met mijn dochters ben ik er zelf steeds bewuster mee bezig hoe ik mijn woorden kies. Ik ben hun rolmodel dus ik spiegel: ‘Mama weet het niet, is onzeker’ of ‘Mama weet het wel’. Dan  is dat een boodschap die in hun onderbewuste doordringt en gaat beïnvloeden hoe zij zich presenteren als vrouw.

Het gevolg van klein taalgebruik is dat vrouwen zich als incompetent, niet deskundig en twijfelend presenteren. Inmiddels is dit bij mij een bron van ergernis geworden. Het is zo zonde dat vrouwen mede door dit soort positionering naar buiten en in innerlijk zelfgevoel klein blijven. Het ondermijnt ook onze kansen. Je kunt heel veel ‘weten’, kennis hebben, maar als je jezelf onzeker of ‘klein’ presenteert, neemt men je minder serieus. Daardoor krijg je of creëer je minder kansen in je werkomgeving. Je kunt ontzettend intelligent zijn als vrouw, cum laude afstuderen enzovoort. Maar als je niet het lef of de moed vindt om jezelf te positioneren, kun je altijd onderaan de ladder blijven hangen.


Andere manier en daar het gevolg van?

Wat is nu een manier om hier in te veranderen?

Heel belangrijk is om opmerkzaam te zijn. Veel gedrag, ook onze spraak, verloopt automatisch, onbewust. Bewustzijn hierover is nodig om anders te kunnen reageren. Opmerkzaam kun je zijn door na te gaan hoe je de dingen zegt. Erop terug te kijken. Vooral in schriftelijk contact kun je goed nagaan hoe je je woorden kiest. Lees een mail, sms of app nog even na voordat je op ‘versturen’ klikt.

Pas de woorden aan waarin je jezelf verkleint.

Durf stellig te zijn in je uitingen. Ga staan voor jouw mening en laat ruimte voor de ander. (Maar waak voor: wel ruimte geven aan de ander en niet gaan staan voor jezelf.) Een voorbeeld heb ik hierboven gegeven. “Ik zie het zo, hoe is dat voor jou?” In plaats van openen met een onzekere stelling en de ander om toestemming of bevestiging te vragen. “Ik weet het niet zeker, ik denk dit, maar ik weet er niet veel van hoor, wat vind jij?” Etc. etc.

Maak van Kracht je identiteit, identificeer je niet met onzekerheid. Dit is best een proces, maar o zo belangrijk. Het gaat om zelfbeeld. Je kunt oefenen met je identiteit vinden in kracht. In het boeddhisme heb je bijvoorbeeld beoefeningen waarbij je jezelf visualiseert als een boeddha. Jezelf zien als een boeddha, dan kun je niet klein blijven toch? Andere mensen visualiseren een innerlijk licht. Sommigen helpt het om een affirmatie te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Ik ben helemaal goed zoals ik ben, ik vertrouw op mijn innerlijk weten. Ik uit mij vanuit mijn kracht.” Door dat dagelijks meerdere keren te doen, te herhalen, verander je je zelfbeeld.

Wees warm in het contact zonder jezelf daarbij klein te houden. Zo kom je tegemoet aan het stereotype en voelen je anderen je zachtheid én je stelligheid. (Deze tip komt uit het boek ‘Playing Big van Tara Mohr, een heel inspirerende vrouw.) Je kunt bijvoorbeeld openen met persoonlijke vragen of ermee afsluiten. Mensen voelen dan je warmte. In de rest van je communicatie kun je jezelf duidelijk positioneren. Je deelt dan wat jouw mening, jouw visie, jouw voorstel is.

Het gevolg hiervan is dat je duidelijker bent naar je omgeving, een steviger indruk maakt. Je neemt je ruimte in en krijgt hierdoor meer voor elkaar dan als je jezelf verkleint. Als moeder ben je een stevig, krachtig voorbeeld voor je kinderen.

 

Photo by Priscilla Du Preez on Unsplash

Meer leren loslaten? Hoe doe je dat?

Meer leren loslaten? Hoe doe je dat?

Van de zomer zat ik met een paar collega’s in de auto. Een collega vroeg aan me hoe het ging. Ik vertelde: “ik wil eigenlijk nieuwe stappen zetten in mijn werk, ik zou best meer uren willen werken, alleen wil ik ook genoeg tijd doorbrengen met mijn kinderen.” Waarop zij antwoordde: “Ja, dat is het eeuwige dilemma van een moeder.” Ze vertelde: “Als ik aan het werk ben, denk ik tussendoor, hoe zou het thuis gaan? Laten ze de hond wel uit? Loopt het allemaal wel? Mijn man die zegt dan: als ik aan het werk ben, ben ik aan het werk.”

Typisch toch?
Ik vond het zo herkenbaar en ik denk dat dit voor veel vrouwen geldt. Het lijkt wel alsof vrouwen, moeders, altijd hun voelsprieten ‘aan’ hebben staan. Voelsprieten voor hun kinderen en omgeving.

Volgens mij is het voor vrouwen lastig dat ze in onze huidige maatschappij zo veel rollen vervullen. De meeste moeders van nu hebben óók een carrière. En zij hebben wensen om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen. Ze hebben een sociaal leven en familie waar aandacht naartoe gaat. Dit allemaal naast het moederschap.

Gevolgen van dit dilemma
Dit maakt dat ‘moeder zijn’ in combinatie met werk en andere zaken voelt als: alle ballen in de lucht houden. Leren los te laten is vaak een thema voor vrouwen. Het gevolg? Constant nadenken over ‘hoe krijg ik alles geregeld én blijft iedereen blij’. Daarnaast een groot verantwoordelijkheidsgevoel op allerlei gebieden. Bijvoorbeeld ten aanzien van gezond eten, een gezond ritme voor de kinderen én ook de verantwoordelijkheden om je baan goed te doen. Daarnaast wil je aandacht hebben voor vrienden et cetera. Overbelasting ligt snel op de loer.

Wat helpt om meer los te kunnen laten?
Wat mij persoonlijk helpt om overbelasting te voorkomen is om de mannelijke energie is mijzelf meer naar voren te laten komen. Loslaten kun je écht leren. Het vraagt om meer taken uit handen te geven. Je eigen ruimte bewuster in te nemen. Minder ‘er bovenop te zitten’. Niet alles op jóuw manier te moeten doen. Een klein voorbeeld: mijn partner smeert een boterham met pindakaas én hagelslag voor mijn dochtertje. Ik denk bij mezelf: “neem nou die suikervrije appelstroop.” Maar.. ik zeg het niet. Ik zeg het niet, omdat ik blij ben dat hij het doet en accepteer dat het niet op mijn manier gaat. Loslaten dus. Ander voorbeeld: Ik voel me schuldig om een avond weg te gaan rond bedtijd want dat is zoveel werk voor mijn partner. Maar….ik laat me niet leiden door mijn schuldgevoel en ga toch (zonder nog eerst een pyjama aan te trekken bij mijn kind).

Het is een dilemma tussen willen zorgen (vrouwelijke kant) en ruimte voor mezelf maken (mannelijke kant).

Wat ik hierboven benoem zijn voorbeelden van ‘kleine’ situaties. Maar veel kleine dingen bij elkaar hebben een groot effect. In mijn geval meer rust en ruimte voor mijzelf, dus minder uitputting.

Mannelijk en vrouwelijk in balans brengen
Op een dieper niveau denk ik dat het belangrijk is dat vrouwen hun mannelijke kwaliteiten meer gaan ontwikkelen en dat mannen hun vrouwelijke kwaliteiten. Dit geldt overigens niet alleen voor moeders, maar voor iedereen. Om ‘heel’ te zijn in onszelf hebben we beide kanten hard nodig.

Een vrouw zonder mannelijke energie die versmelt, die zorgt, plaatst zichzelf op de achtergrond en laat de behoeftes van anderen altijd voorgaan. Een man zonder vrouwelijke energie die kan ‘hard’ of kil worden, zet zichzelf altijd voorop en verliest daarmee ook het contact met zijn omgeving. Gevoelens worden dan gezien als onwenselijk.

Bijna alle mensen hebben wel een mix hebben van mannelijk en vrouwelijk. Maar doorgaans zie ik, onder andere in mijn praktijk, veel vrouwen, inclusief mijzelf, worstelen met het herkennen van hun eigen behoeftes en deze vervolgens ook uiten. Ook zie ik vaak de moeite om ruimte in te nemen, om nee te zeggen en te kiezen voor goede zelfzorg. Er is wel een grote verandering gaande. Steeds meer mensen voelen dat heelwording belangrijk is. Ze beseffen dat de uitersten van mannelijk of vrouwelijk zijn hen uiteindelijk beperken (meer hierover lees je hier in het artikel van Shinta).

In mijn leven heb ik gezien dat als ik mijn behoeftes herken en kan uiten, dat dit meer balans brengt in mijzelf én in ons gezin. Laatst wilde ik graag naar een bijeenkomst voor mijn ontwikkeling. Ik vond het lastig om weg te gaan ’s avonds en de zorg over te laten aan mijn partner. Toch ben ik gegaan, want zo hebben de kinderen meer ervaringen met een zorgende vader en met een moeder met een eigen leven. Een voorbeeld dat ik graag aan mijn dochters mee geef. Hoe heerlijk ik het ook vind om bij mijn kinderen te zijn en zorgzaam, liefdevol en nabij te zijn…zo heerlijk is het ook om een vrouw te zijn met een eigen leven, met ruimte voor eigen ontwikkeling en een eigen pad.

Tips
Herken jij dit dilemma in jezelf? Vind jij het makkelijker om te zorgen en moeilijker om ruimte in te nemen? Hieronder een aantal tips.

  • Luister naar je gevoel en let op wanneer je je ergert. Ergernis is vaak een teken dat je teveel bezig met de ander en dat je eigenlijk zelf meer ruimte nodig hebt. Sta stil bij wat jij nu eigenlijk nodig hebt en communiceer dit met je partner als dat mogelijk is.
  • Maak duidelijke afspraken met je partner. Wie brengt wie naar bed, wie zet het ontbijt klaar en wie kleed de kinderen aan. Heldere afspraken helpen om meer los te kunnen laten. Anders kan alles jouw taak worden (in je eigen hoofd althans).
  • Laat je niet leiden door schuldgevoel. Veel vrouwen voelen zich snel schuldig, maar dit gevoel is geen goede leidraad. Schuldgevoel betekent dat jij jezelf verantwoordelijk hebt gesteld voor iets, maar betekent niet dat jij dat bent. Neem het schuldgevoel waar, maar kies met je hart.
  • Probeer ‘ballen’ los te laten. Laat die was een keer ophopen. Laat het aanrecht een chaos. Ruim niet alles direct op. Laat de controle los. En ga lekker spelen met je kind of neem een ontspanningsmoment voor jezelf. Opruimen kan altijd op een ander moment.
  • Bemoei je niet te veel met alles. Durf eens iets ‘mis’ te laten gaan.
  • Neem ruimte voor jezelf. Maak meer contact met wat jíj nodig hebt en spreek het uit naar je omgeving. Dat is een vorm van zelfliefde. Creëer stilte momenten. Of een sportmoment. Neem een dag vrij en dan echt helemaal voor jezelf. Doe dit met regelmaat. Je bent het echt waard! Een blije mama doet het hele gezin goed.

 

Dit artikel is geschreven door Maartje Roeterdink. Maartje is werkzaam als psycholoog en coach en heeft een eigen praktijk in Wijchen: www.roeterdinkcoaching.nl 

Foto: Nathan Dumlao on Unsplash

Hoe jouw gedachtes invloed hebben op je (loopbaan)keuzes.

Hoe jouw gedachtes invloed hebben op je (loopbaan)keuzes.

Als loopbaancoach spreek ik voornamelijk mensen die iets anders willen. En zoals mijn functie al doet vermoeden: logischerwijs iets anders qua werk ;-). Ik heb al eens een kort artikel geschreven met tips over hoe je ervoor zorgt dat je gaat doen wat je echt leuk vindt. Deze lees je hierIn dit artikel wil ik wat dieper ingaan op de grootste blokkade die er is als het gaat om ‘iets anders willen’, namelijk dat wat zich in je hoofd afspeelt: gedachtes die angsten en onzekerheid veroorzaken.

Laten we eerst even teruggaan naar het begin van een loopbaanverandering. Uiteenlopende redenen kunnen ten grondslag liggen aan het gevoel dat je iets anders wilt gaan doen in je loopbaan (of misschien wel leven). Zo kan het zijn dat je door een innerlijke groei het gevoel hebt dat je niet meer op de juiste plek zit. Sommigen komen zelfs tot de conclusie dat het werk dat ze al jaren doen nooit datgene is geweest waar hun hart sneller van gaat kloppen. Ze zijn erin gerold en blijven hangen. Anderen zijn weer toe aan een nieuwe leercurve en merken dat de rek eruit is bij hun huidige werkgever.

De reden waarom je iets anders wilt is interessant en het is fijn om stil te staan bij het pad dat je tot nu toe hebt bewandeld. Het vormt een terugblik waaruit je waardevolle leermomenten kan halen. Hierin is geen goed of fout en het hebben van spijt heeft geen zin. Onthoud namelijk dat alles wat je tot nu toe hebt meegemaakt nodig is geweest om te staan waar je nu staat

Je huidige zijn (het nu!) en de behoefte aan ‘iets anders willen’ vraagt van je om niet te lang in het verleden te blijven hangen, maar om de opgedane ervaringen en de daaruit gefilterde leermomenten om te zetten in actie, in verandering, in beweging.

Op basis van mijn ervaringen van de afgelopen 14 jaar als loopbaancoach kan ik zeggen dat dit een cruciale fase is. Een kantelpunt wil ik het ook wel noemen. Een kantelpunt, waarbij een grote groep mensen er toch voor kiezen om de groei- waar ze nu voorstaan- niet aan te gaan, om in het verleden te blijven. Om het vertrouwde te behouden en om datgeen te doen wat ze altijd deden. In de praktijk uit zich dit in het volgende situaties: 

  • Blijven in je huidige functie en bij je huidige werkgever.
  • Hetzelfde gaan doen, maar dan in een andere omgeving. Dit geeft kort een gevoel van vernieuwing, maar als snel komen ‘oude’ gedachtes en gevoelens weer om de hoek kijken.
  • Bovenstaand + daarbij neerslachtig worden. Het gevoel dat je vast zit overheerst en krijgt een negatieve uitwerking op je leven.

Indien men werkelijk gaat voor de groei en de verandering, dan wordt er een opwaartse spiraal gecreëerd. Deze bestaat uit “aha momenten” en het gevoel van innerlijke groei en eigen regie over het leven (in plaats geleefd worden). Het kenmerkt zich door doen (beweging).

Hoe creëer je die opwaartse spiraal voor jezelf?

Het antwoord is eigenlijk simpel: keuzes maken vanuit liefde en niet vanuit angst. 

Ik zal dit wat meer uitleggen.
Veruit de meest gegeven redenen die ik de afgelopen 14 jaar heb gehoord van mensen die iets anders willen maar nog niet in actie zijn gekomen, zijn allemaal varianten op het volgende:

1. Zekerheid.
Je baan met bijhorende inkomen zorgt voor zekerheid. Je weet wat je moet doen op het werk, wat er van je verwacht wordt en hoeveel geld er maandelijks binnenkomt.

2. Zorgdragen.
Voor anderen, de hypotheek, vaste lasten etc. Je verdient nu goed en bent bang dat je dit elders niet gaat verdienen. Je hebt een bepaald inkomen nodig om hypotheek te betalen, of je kinderen gaan studeren en dit kost veel geld, daarom kan je nu niet…..

3. Loyaliteit al dan niet in combinatie met gevoel van onmisbaarheid. 
Loyaliteit naar een werkgever, leidinggevende en/of collega’s. “ Ja maar, ik heb zulke fijne collega’s. Ik kan u niet weg gaan, want dan hebben ze echt een probleem.”

Allemaal betreft het gedachtes die angsten veroorzaken. Angst dat je met te weinig of zelfs zonder geld komt te zitten, dat je je hypotheek niet meer kan betalen, dat je niet voldoende kennis hebt om aan de verwachtingen van een nieuwe werkgever te voldoen, dat je onmisbaar bent en dat je hierdoor niet gezien wordt als belangrijk.

Keuzes op basis van deze angsten (en dus niet liefde) pakken zelden goed uit. Je bewandelt niet je pad, maar je bent voornamelijk bezig met het vermijden van mogelijke (in jouw ogen negatieve) situaties en/of het in stand houden van een situatie waar je diep van binnen eigenlijk niet tevreden over bent. 

Keuzes gebaseerd op liefde, zijn automatisch keuzes die in lijn liggen met wie je bent. Keuzes gebaseerd op liefde gaan over wat je echt leuk vindt. Waar vrolijkheid, dankbaarheid en energie uit voortvloeien. Het zijn eigenlijk simpele vragen die jezelf kan stellen: vind ik het leuk, beleef ik er plezier aan? Of als je zoekende bent naar wat je zou willen doen qua werk: waar beleef ik plezier aan? Wat vind ik echt leuk? Wat wil ik de aankomende periode graag (nog) leren? Waar wil ik aan bijdragen?

De vragen zijn zo simpel, dat men er vaak lacherig over doet. ‘Ja, maar zo simpel ligt het niet. Ik heb toch ook een hypotheek te betalen?’ Ja, echt: de vragen zijn zo simpel. En het antwoord erop geven misschien ook nog wel (of schakel een coach in). Het daadwerkelijk in de praktijk brengen van wat je echt leuk vindt kan (maar hoeft niet) misschien een meerjarenplan zijn. Eentje waarvoor je veel moeite moet doen. Lees maar eens het verhaal van Janneke op Moeders in de maatschappij.  Hierin zit een naar mijn idee belangrijke (levens)les: voor de mooie dingen in het leven, moet je moeite doen.

Ook als je kiest vanuit liefde, zijn angsten (die voorvloeien uit negatieve gedachtes) alsnog aan de orde van de dag.  Het grote verschil met de hierboven geschetste situatie is dat je ervoor kiest om er niet naar te handelen. Je laat ze als het ware passeren door je gedachte. De beginfase van elke verandering – op wat voor gebied dan ook- kenmerkt zich door onzekerheid, gedachtes dat je het niet kan en angsten dat het mis gaat. Haal dan diep adem, neem ze waar en laat ze passeren. Ga terug naar de kern: wat vind ik leuk en wat kan ik nu doen om het te bereiken?

 

( Foto van Raul Varzar on Unsplash)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als loopbaancoach spreek ik voornamelijk mensen die iets anders willen. En zoals mijn functie al doet vermoeden: logischerwijs iets anders qua werk ;-). Ik heb al eens een kort artikel geschreven met tips over hoe je ervoor zorgt dat je gaat doen wat je echt leuk vindt. Deze lees je hier.In dit artikel wil ik wat dieper ingaan op de grootste blokkade die er is als het gaat om ‘iets anders willen’, namelijk dat wat zich in je hoofd afspeelt: gedachtes die angsten en onzekerheid veroorzaken.

Laten we eerst even teruggaan naar het begin van een loopbaanverandering. Uiteenlopende redenen kunnen ten grondslag liggen aan het gevoel dat je iets anders wilt gaan doen in je loopbaan (of misschien wel leven). Zo kan het zijn dat je door een innerlijke groei het gevoel hebt dat je niet meer op de juiste plek zit. Sommigen komen zelfs tot de conclusie dat het werk dat ze al jaren doen nooit datgene is geweest waar hun hart sneller van gaat kloppen. Ze zijn erin gerold en blijven hangen. Anderen zijn weer toe aan een nieuwe leercurve en merken dat de rek eruit is bij hun huidige werkgever.

De reden waarom je iets anders wilt is interessant en het is fijn om stil te staan bij het pad dat je tot nu toe hebt bewandeld. Een vormt een terugblik waaruit je waardevolle leermomenten kan halen. Hierin is geen goed of fout en het hebben van spijt heeft geen zin. Onthoud namelijk dat alles wat je tot nu toe hebt meegemaakt nodig is geweest om te staan waar je nu staat

Je huidige zijn (het nu!) en de behoefte aan ‘iets anders willen’ vragen van je om niet te lang in het verleden te blijven hangen, maar om de opgedane ervaringen en de daaruit gefilterde leermomenten om te zetten in actie, in verandering, in beweging.

Op basis van mijn ervaringen van de afgelopen 14 jaar als loopbaancoach kan ik zeggen dat dit een lastige fase is. Een kantelpunt wil ik het ook wel noemen. Een kantelpunt, waarbij een grote groep mensen er toch voor kiezen om de groei- waar ze nu voorstaan- niet aan te gaan, om in het verleden te blijven hangen. Om het vertrouwde te behouden en om datgeen te doen wat ze altijd deden. In de praktijk uit zich dit in het volgende situaties: 

  • Blijven in je huidige functie en bij je huidige werkgever.
  • Hetzelfde gaan doen, maar dan in een andere omgeving. Een soort schijnverandering. Dit geeft kort een gevoel van vernieuwing, maar als snel komen ‘oude’ gedachtes en gevoelens weer om de hoek kijken.
  • Bovenstaand + daarbij neerslachtig worden. Het gevoel dat je vast zit overheerst en krijgt een negatieve uitwerking op je leven.

Indien men werkelijk gaat voor de groei en de verandering, dan wordt er een opwaartse spiraal gecreëerd. Deze bestaat uit “aha momenten” en het gevoel van innerlijke groei en eigen regie over het leven (in plaats geleefd worden).

Hoe creëer je die opwaartse spiraal voor jezelf?

Het antwoord is eigenlijk heel simpel: keuzes maken vanuit liefde en niet vanuit angst. 

Ik zal dit wat meer uitleggen.
Veruit de meest gegeven redenen die ik de afgelopen 14 jaar heb gehoord van mensen die iets anders willen maar nog niet in actie zijn gekomen, zijn allemaal varianten op het volgende:

1. Zekerheid.
Je baan met bijhorende inkomen zorgt voor zekerheid. Je weet wat je moet doen op het werk, wat er van je verwacht wordt en hoeveel geld er maandelijks binnenkomt.

2. Zorgdragen.
Voor anderen, de hypotheek, vaste lasten etc. Je verdient nu goed en bent bang dat je dit elders niet gaat verdienen. Je hebt een bepaald inkomen nodig om hypotheek te betalen, of je kinderen gaan studeren en dit kost veel geld, daarom kan je nu niet…..

3. Loyaliteit al dan niet in combinatie met gevoel van onmisbaarheid. 
Loyaliteit naar een werkgever, leidinggevende en/of collega’s. “Ik kon toen niet weggaan want ze hadden me nodig. Ja maar, ik heb zulke fijne collega’s. Ik kan u niet weg gaan, want dan hebben ze echt een probleem.”

Allemaal betreft het gedachtes die angsten veroorzaken. Angst dat je met te weinig of zelfs zonder geld komt te zitten, dat je je hypotheek niet meer kan betalen, dat je niet voldoende kennis hebt om aan de verwachtingen van een nieuwe werkgever te voldoen, dat je onmisbaar bent en dat je hierdoor niet gezien wordt als belangrijk.

Keuzes op basis van deze angsten (en dus niet liefde) pakken zelden goed uit. Je bewandelt niet je pad, maar je bent voornamelijk bezig met het vermijden van mogelijke (voor jou negatieve) situaties en/of het in stand houden van een situatie waar je diep van binnen eigenlijk niet tevreden over bent. 

Keuzes gebaseerd op liefde, zijn automatisch keuzes die in lijn liggen met wie je bent. Keuzes gebaseerd op liefde gaan over wat je echt leuk vindt. Waar vrolijkheid, dankbaarheid en energie uit voortvloeien. Het zijn eigenlijk simpele vragen die jezelf kan stellen: vind ik het leuk, beleef ik er plezier aan? Of als je zoekende bent naar wat je zou willen doen qua werk: waar beleef ik plezier aan? Wat vind ik echt leuk? Wat wil ik de aankomende periode graag leren?

De vraag is zo simpel, dat men er vaak lacherig over doet. ‘Ja, maar zo simpel ligt het niet. Ik heb toch ook een hypotheek te betalen?’ Let wel: de vraag is echt zo simpel. En het antwoord erop geven ook. Het daadwerkelijk in de praktijk brengen van wat je echt leuk vindt kan (maar hoeft niet) misschien een meerjarenplan zijn. Eentje waarvoor je veel moeite moet doen. Lees maar eens het verhaal van Janneke op Moeders in de maatschappij.  Hierin zit een naar mijn idee belangrijke (levens)les: voor de mooie dingen in het leven, moet je moeite doen.

Ook als je kiest vanuit liefde, zijn het hebben van angsten (die voorvloeien uit negatieve gedachtes) aan de orde van de dag. Dit hoort nou eenmaal bij het proces van verandering.  Het grote verschil met de hierboven geschetste situatie is dat je ervoor kiest om er niet naar te handelen. Je laat ze als het ware passeren door je gedachte.
De beginfase van elke verandering – op wat voor gebied dan ook- kenmerkt zich door onzekerheid, gedachtes dat je het niet kan en angsten dat het mis gaat. Haal dan diep adem, neem ze waar, maar laat ze passeren. Ga terug naar de kern: wat vind ik leuk en wat kan ik nu doen om het te bereiken?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom een scheidingslijn tussen werk en privé niet werkt

Waarom een scheidingslijn tussen werk en privé niet werkt

Waarom een scheidingslijn tussen werk en privé niet werkt.

 

Velen zullen nu zeggen dat dit komt door de technologie van vandaag. De technologie die ervoor zorgt dat we altijd bereikbaar zijn, altijd bij ons werkmail kunnen en waardoor thuiswerken mogelijk is. De scheidingslijn is moeilijker vol te houden, want je kan 24/7 werken. Onafhankelijk van waar je bent: thuis of op kantoor. Dit vraagt meer van ons dan voorheen. We moeten in ons dagelijks leven constant een afweging maken wanneer we iets wel of niet doen. Het vraagt van je dat je je grenzen bewaakt in plaats van dat dit voor je wordt gedaan door praktische zaken, zoals het sluiten van het kantoor om 17:00 uur.

En natuurlijk …..bovenstaand is een oorzaak waardoor het volhouden van een scheidingslijn tussen werk en privé moeilijker is. Maar laten we een laag dieper gaan en de volgende vraag stellen:

WAAROM wil je een scheidingslijn tussen werk en privé?


Het creëren van deze scheidingslijn komt voort uit de gedachte dat je werk niet leuk is (of minder leuk) en je er thuis daarom afstand van wilt nemen. Of puur alleen om inkomen te genereren…om in de privésfeer leuke dingen mee te kunnen doen.


De vraag ‘leef je om te werken, of werk je om te leven?’ wordt vaak gesteld. En het is eigenlijk geen vraag, het voelt meer als een test, want stiekem wordt het laatste als antwoord verwacht: ‘ik werk om te leven!’ En bij het geven van dit antwoord kloppen we onszelf op de borst.


Maar juist door het te benaderen als een verschil – leven óf werk- creëren we automatisch een setting waarbij werk dus niet verenigbaar is met wie we zijn en wat we graag doen (ons leven). En wordt werk een opzichzelfstaand ‘iets’ en een noodzakelijk kwaad waar we continue afstand van willen nemen. Waar we een scheidingslijn voor creëren.


Het creëren van deze lijn zorgt voor frictie. Zeker bij de jongere generatie. Zij willen juist werk doen dat een verlengstuk is van wie ze zijn. En waarom? Vanwege de welvaartsontwikkeling in Nederland: de jongere generatie hoeft geen keuzes te maken op basis van overleven of armoede. Dit in tegenstelling tot mensen die voor en net na de oorlog zijn geboren (en de generatie erna). Die de noodzaak hebben gevoeld om elk werk te accepteren, zodat er brood op de plank kwam. Waarbij gezinnen nog groot waren en je gewoon je steentje moest bijdragen als oudste zus of broer, punt!


Tegenwoordig is de keuzevrijheid groter doordat basisbehoeftes zoals veiligheid en zekerheid ten aanzien van voedsel en onderdak vrijwel zeker aanwezig zijn. Ook het volgen van onderwijs is toegankelijker geworden.


Kortom: de jongere generatie is opgegroeid met meer maar ook met een ander soort welvaart. Individuele gevallen van armoede zijn er overigens helaas wel, maar het merendeel kent geen schaarste. Juist door deze welvaartshift kan je je keuzes ‘veroorloven’ die op het vlak van persoonlijke ontwikkeling liggen: ‘wat wil ik nu echt? Wat vind ik leuk om te doen? Waar wil ik aan bijdragen?’


Maar laten we eerlijk zijn…dit zijn lastige vragen om te beantwoorden! Al helemaal om het door te vertalen naar werk. Ook voor jongeren. Dit komt omdat we het nog niet gewend zijn om zo invulling te geven aan werk én ons schoolsysteem voorziet je er ook niet in. Die voorziet voornamelijk in basiskennis en minder in persoonlijke ontwikkeling.


Maar hoe krijg je het dan wel voor elkaar? 

Allereerst door te stoppen met het zien van werk als iets dat los staat van je privé(leven). Het helpt om bij jezelf na te gaan welke waarden en overtuigingen jij hebt ten aanzien van werk. Bekijk je het vanuit moeten of willen?


Werk mag en kan een verlengstuk worden van wie je bent. Een uiting of manifestatie van wat jij belangrijk vindt en waar jij aan wilt bijdragen. Het beantwoorden van vragen zoals ‘wat vind ik belangrijk?’ en ‘waar wil ik aan bijdragen?’ vergt een investering in je persoonlijke ontwikkeling. Ook hier kan je je op bezinnen door na te gaan welke investering (in tijd, geld en energie) jij hebt gedaan op het gebied van persoonlijke ontwikkeling? Of staat het stil en blijf je maar doen wat je altijd deed?

Photo by Anika Huizinga on Unsplash

Hoe je je werk leuker maakt door creatief denken (zonder direct van baan te wisselen).

Hoe je je werk leuker maakt door creatief denken (zonder direct van baan te wisselen).

Hoe je je werk leuker maakt door creatief denken (zonder direct van baan te wisselen).

We hebben allemaal wel eens een baaldag. Gewoon even geen zin in het werk. Weer die zeurende collega die binnen komt lopen. Een weekend wat net te kort voelt. Of de manager die wat containerbegrippen rondstrooit, maar die zelf ogenschijnlijk alleen maar koffie drinkt. Kortom een werkdipje. Hoe houd jij je werk leuk? Door creatief denken! Ik geef je hieronder graag wat tips, zodat je niet direct van baan hoeft te wisselen.

 

Creatief denken?
Nu vraag je je wellicht af: wat is dat creatief denken precies? Weer een nieuw containerbegrip 🙂 ? Ik beperk me tot de kern van creatief denken. Ieder mens draait patronen af. Denk maar aan elke dag dezelfde weg naar je werk pakken. Helemaal prima, lekker makkelijk en kost je weinig energie. Maar wat als die patronen niet meer werken? Er is bijvoorbeeld een wegopbreking. Dan zet je jouw creativiteit in. Dus hoe kan ik op een andere manier naar punt B komen? Op dat moment schakel je vanuit de logica over naar creatief denken. En de overschakeling of beter gezegd de samenwerking zorgt ervoor dat jij jouw brein optimaal inzet.

Dit is waarom creatief denken werkt!
Wie weet ken je wel iemand die alles graag bij het oude wil houden. Niets veranderen. Geen vernieuwingen. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Al zou je dat willen, het gaat niet (meer). Onze maatschappij verandert zo snel, je moet wel mee bewegen. Klinkt dat groots en meeslepend? Dat is het niet. Denk dan eens aan je smartphone. Kon jij je 10 jaar geleden voorstellen dat je met een telefoon de scherpste foto’s maakt, overal supersnel online kan zijn en zelfs gratis berichten kan versturen? Nee toch? Soms kan je je gewoonweg niet voorstellen dat er veranderingen aankomen, maar komen ze wel. Daarom red je het niet meer met alleen logisch denken.

En dan komt mijn stelregel: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. En volgens mij wil jij jouw werk leuker maken, dus moet er iets veranderen. Dus zet je bij deze jouw creativiteit in.

Uit je comfort
Creatief denken zorgt er voor dat je soms uit je comfortzone moet stappen. Soms lijkt dit spannend, maar ik kan je beloven dat die kleine stappen zetten het waard is. Het is doodeng én tegelijkertijd maak je een groei door. En niet onbelangrijk, het is gewoon iets wat je vanaf je bureaustoel kunt doen. Niemand die er iets van merkt. Nou niemand… jij hopelijk wel!

 

#1 Invloed en betrokkenheid
Wil je jouw werk leuker maken? Onderzoek dan waar jij invloed op hebt, want als je ergens geen invloed op hebt, kan je het niet veranderen. Laat het dan ook los.

Je voelt je er misschien wel betrokken bij en wie weet heb je er zelfs last van. Maar je kan hoog of laag springen de ander of de omstandigheid verandert niet door jouw gedachten of gedrag. Een simpel voorbeeld: een regenbui. Je voelt je betrokken, want je krijgt nat haar. Je hebt er last van, want je heb je haar net geföhnd. Maar hoe boos je er ook om wordt, daardoor stopt het niet met regenen.

Samengevat. Je mag van mij, en Stephen Covey, aannemen dat je op grofweg twee dingen kunt letten. Heb jij invloed op de situatie? Of voel je betrokkenheid bij de situatie? Een beetje vaag? Ik geeft twee voorbeelden.

Invloed: een baaldag voor jou ziet er als volgt uit. Je komt op kantoor, je voelt dat je nog wat moe bent en je besluit om hiervan te balen. Niet tien minuten, maar de gehele maandag. En je vertelt het tegen al jouw collega’s. Op deze situatie heb je invloed. Je zou bijvoorbeeld eerder naar bed kunnen gaan. Een dag vrij kunnen nemen. Accepteren dat je moe bent. Niets tegen jouw collega’s zeggen. Besluiten goed voor jezelf te zorgen, aangezien je moe bent. Liters koffie drinken. Etc.

Betrokkenheid: de zeurende collega. Je hebt er enorm veel last van. Jouw humeur gaat er aan. Je wordt de hele tijd afgeleid. En je gaat met koppijn naar huis. Allereerst, hartstikke vervelend. Ook hier zijn genoeg manieren te bedenken hoe je hiermee om kunt gaan. Bijvoorbeeld: niet meer in de buurt komen van die collega. Vragen te stoppen met zeuren. Nieuwe collega’s aannemen. Maar in de kern kan je die collega niet veranderen. Je voelt je wel betrokken, aangezien jij het aan hoort. Maar je hebt geen invloed op die collega.

#2 Visualiseren zorgt voor een breder plaatje
Visualiseren is goed in beeld hebben over hoe jouw ideale plaatje eruit ziet. Je start bijvoorbeeld met de vraag: hoe ziet leuk werk (bij deze werkgever) er voor mij uit in de meest ideale situatie?

Als je je ogen dicht doet, wat zie je dan? Wat ruik je dan? En wat hoor je dan? Je kan het ook visualiseren door middel van het uittekenen. Een vision board maken. Het uitschrijven a la stortyelling. Alle plaatjes bij elkaar op je pinterestbord plakken.

# 3 Gooi geen oude schoenen weg, voordat je nieuwe hebt
Alles anders. Liever gisteren dan vandaag. Ken je die mensen? Ik wel! En ze schrijft nu dit artikel. Ik vind het heerlijk om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Maar realiseer je goed: een nieuwe uitdaging is in het begin wellicht spannend, maar ook daarin of daarna schiet je in patronen.

Wat ik heb geleerd? Ga op zoek naar het gevoel wat je wilt hebben. Bij mij: ik wil graag een lang leve de lol gevoel, een gevoel van vrijheid en eigen regie. Dat is voor mij erg belangrijk. Of ik dat nu doe in ondernemerschap of in loondienst. Als mijn gevoel maar blijft of wordt zoals ik het voor ogen heb. Ik heb gemerkt dat de uitdaging dan heel ergens anders ligt, dan in het vinden van een nieuwe baan bijvoorbeeld.

Het is niet mijn bedoeling om iedereen op zijn stek te houden. Wil jij van baan wisselen, helemaal prima. Wil je jouw werk leuker maken en op je plek blijven? Begin dan eens met het toepassen van deze drie tips. Laat je me weten hoe het je afging?

 Hoe je je werk leuker maakt door creatief denken (zonder direct van baan te wisselen)

Artikel is geschreven door Marieke Franken. Marieke is teamcoach en helpt je om je werk leuker te maken door uit oude patronen te stappen.

 

 Foto bij artikel: William Iven on Unsplash