Schipperen is levenskunst

Schipperen is levenskunst

 nnSchipperen is meebewegen

Onlangs raakte ik in gesprek met een lezer van mijn boekje ‘Schipperen is levenskunst. Persoonlijk leiderschap in roerige tijden’ dat in juni uitkwam. Zowel haar als mijn kinderen zijn nu twintigers, en terugkijkend op de opvoeding beseften we dat het begrip schipperen ook zeer van toepassing is op het ‘moederen’ en ‘vaderen’. En dan het schipperen niet alleen in de zin van laveren en bijsturen maar zeker ook in de betekenis van het uitzetten van de koers als schipper.

Als ouders is het de kunst om voortdurend mee te bewegen met wat op een zeker moment nodig is  voor de kinderen, en ook voor jezelf en je relatie. Tegelijkertijd houd je daarbij als het goed is het opvoedingsdoel voor ogen: hoe help je je kinderen opgroeien tot volwassenen die hun weg in de wereld weten te vinden en hun bijdrage aan de samenleving kunnen geven?

Hoe ouder onze kinderen werden, hoe meer ze oppikten van ons uitgangspunt bij de opvoeding en begeleiding naar volwassenheid. Het motto was: ‘vrijheid is niet los verkrijgbaar: het gaat altijd om de combinatie van de twee V’s van Vrijheid en Verantwoordelijkheid’ (*).

Mijn partner had er lol in om het verlangen naar meer vrijheid bij de kinderen steeds proberen net voor te zijn. Een voorbeeld uit hun puberteit: hij vermoedde dat onze zoon niet meer opgehaald wilde worden na een feestje verder weg. Voordat hij ons daarom vroeg kreeg hij het voorstel: als je eraan toe bent om alleen naar huis te gaan, moet je voor twee dingen verantwoordelijkheid nemen: 1) niet zóveel drinken dat je niet zonder risico zelf thuis kan komen en 2) je houden aan het afgesproken tijdstip (en dus niet beschonken drie uur later thuiskomen).

Een ander opvoedprincipe was: Gelijke monniken, gelijke kappen; ongelijke monniken, ongelijke kappen. Dus voor een dochter die niet van drinken houdt en uit zichzelf op tijd komt, geldt weer een andere overeenkomst, zoals ‘zorg dat je met minstens twee anderen naar huis fietst, waarvan één  een betrouwbare jongen’. Als blijkt dat het kind leert om zich die twee V’s steeds meer eigen te maken, krijgt het automatisch ook meer ruimte en hoeft daar niet voor te gaan knokken: zo kan het losmaken dus op een organische manier groeien.

Wat ik toen ik moeder werd niet besefte, was hoe sterk ik de verantwoordelijkheid zou gaan voelen voor de kinderen die aan me toevertrouwd waren. En ook hoe zwaar dat kon zijn bij tijd en wijle, wat me zo kon doen verlangen naar meer vrijheid. Hoe gezellig en vervullend het gezinsleven ook kan zijn als je een beetje geluk hebt: veel ouders weten ook dat het gepaard kan gaan met gevoelens van beknelling door de ijzeren patronen en vele verplichtingen die een gezin nu eenmaal met zich meebrengen.  Het vraagt om geduld, om mee te veren met het tempo van de kinderen en het gezinsleven. Er druk op zetten werkt niet, net zoals gras niet groeit door eraan te trekken heb je met kinderen niks aan haast. “No hurry, no worry”.

Toen ik nadat ik onze jongste in groep 1 had gebracht voor haar eerste schooldag ontroerd en met een gevoel van verlies naar huis fietste, voelde ik toch ook al snel de vreugde ervan. Het gaf ruimte voor nieuwe dingen. De kleintjes die vaardiger worden en steeds minder afhankelijk geven ouders weer zicht op andere mogelijkheden. Meer ruimte voor ontwikkeling, voor verdere ontplooiing, al dan niet via het werk. Dus toen ‘poef!’ opeens acht jaar later de middelbareschooltijd aanbrak, leefde ik in de verwachting dat er zeeën van tijd voor ons lagen.

Bij mijn eigen start in de brugklas regelde ik destijds alles zelf en had mijn ouders niet nodig – althans dat dacht ik, ook omdat zij als Noordzeevisser en fulltime moeder van een groot gezin geen idee hadden wat een havo/vwo-brugklas inhield. Het lukte me allemaal best en ik werd snel zelfstandig. Maar 35 jaar later met mijn eigen kinderen was het toch echt andere koek. Wát een hoge eisen, wat een hoop huiswerk, wat een plannings- en coördinatievaardigheden werden er van hen gevraagd. Ik kon me niet voorstellen dat er kinderen waren die dit zonder hulp en nabijheid van hun ouders konden redden, hoewel ik niet uitsluit dat het voor twaalfjarigen met een meer praktische inslag en/of meer motivatie beter te doen zal zijn.

Opnieuw schipperen dus, niks forceren en niet haasten. Bijsturen en langszij komen bij de kinderen om in te spelen op wat zij nodig hadden, de koers voor onszelf weer even verleggen. Het was mijn ervaring dat elke fase weer om een andere vorm van schipperen vraagt, en ons uitdaagt ons kompas te blijven gebruiken als check of we op koers zijn: leven we volgens onze (gezins)waarden? Draagt dit bij aan het floreren van onze kinderen, van onszelf? Waar draait het nu écht om?

Bijsturen en geduld oefenen, jezelf trainen in geen  haast hebben is iets wat ouders van kinderen met een handicap, ontwikkelingsachterstand of ernstige ziekte in sneltreinvaart (moeten) leren. Meestal kan dat gelukkig wat rustiger, met horten en stoten. Hoe dan ook: het scheelt veel frustratie als we onder ogen zien wat er nodig is en leren vertrouwen op de ontwikkeling van onze kinderen.

Achteraf had ik dat beter kunnen doen dan dat ik deed, ik had soms te veel haast. Haast hebben jaagt onvrede aan, meebewegen geeft meer bevrediging. Ik kan wel zeggen hoe enorm vervullend het is om te zien dat je jongvolwassen kinderen – ondanks de ouderlijke missers –  inderdaad uitgegroeid zijn tot  mensen die in staat zijn tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling. Als moeder was ik kennelijk toch echt ‘good enough’, kan ik dan opgelucht constateren; gelukkig hangt niet alles van ons alleen af!

 

(*) Tijdens onze studie maakten wij kennis met de pedagogiek van Langeveld, die we inspirerend vonden omdat hij zowel naar het kind keek als naar het deel uitmaken van een groter geheel. Uit Wikipedia: “Het doel van de opvoeding is volgens Langeveld de mondige persoonlijkheid. Heel het opvoedend gedrag is erop gericht het kind te helpen mondig te worden, dat wil zeggen, in staat tot bekwaam en moreel en betrouwbaar deelnemen aan samenleving en zelfvorming. (…) De rol van de opvoeder is die van het plaatsvervangend geweten zolang het kind nog niet zelf in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelingen. De opvoeder is daarbij het model van een ‘zelfverantwoordelijke persoonlijkheid’, gekenmerkt door eigenschappen als gewetensvol, liefdevol, onbaatzuchtig en oprecht. De verantwoording van het kind aan zijn ouders dient geleidelijk aan van de ouders naar binnen te schuiven, zodat het kind tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling kan komen. Doel van de opvoeding is de persoonlijke vrijheid en de opvoeding tot personen die achter hun morele oordelen kunnen staan.

Photo by Maximilian Weisbecker on Unsplash

Hoe kom je sterker uit een burn-out of andere ellende?

Hoe kom je sterker uit een burn-out of andere ellende?

Wat kan ellende- bijvoorbeeld een burn-out- je brengen? Dit is een zeer interessante vraag en als je hem stelt aan mensen waarbij hun burn-out al wat jaren geleden is, dan zal een deel antwoorden: het heeft mij sterker gemaakt!

Niet alleen de zwar(t)e kant domineert bij deze mensen, maar juist ook de transformatie en groei die ze mee hebben meegemaakt. En het resultaat van die transformatie en groei? Een hoger niveau van leven. Dit uit zich bijvoorbeeld in meer waardering voor het leven, meer in verbinding staan met zichzelf en anderen, en/of persoonlijke kracht ervaren.

Maar wat is die transformatie dan? En hoe kan je dit versterken, zodat jij (iedereen!) sterker wordt door ellende?

Sterker door ellende
Greet Vonk en Anja Jongkind hebben er een zeer interessant boek over geschreven, Sterker door ellende. In dit boek spreken ze uitgebreid over wat ze in de wetenschap Post Traumatische groei noemen. Dit boek is zeker de moeite waard om te lezen. En niet alleen bij het doormaken van een burn-out, maar ook als je in je leven te maken hebt (gehad) met ander soort ellende. Bijvoorbeeld verlies van een dierbaar persoon of ziekte.

 

Post traumatische groei

 

 

 

 

 

 

 

Bovenstaand plaatje (uit het boek Sterker door ellende) illustreert wat er kan gebeuren als mensen met een tegenslag te maken krijgen. Het start met bezwijken, vervolgens kunnen we in een overlevingstand terecht komen, we kunnen herstellen en zelf een groei meemaken.

De huidige publieke opvatting en ook de gezondheidszorg is met name gericht op herstel. Daarom ervaart niet iedereen (of in mindere mate) een transformatie en groei na een burn-out of ander soort ellende. Focus ligt bij herstel namelijk op klachtenvermindering en symptoombestrijding. Het reduceren van de klachten zodat je je niet voelt zoals je nu voelt. En dit is zonde, want juist die bovenste blauwe boog van groei (zie plaatje) zorgt ervoor dat iemand niet blijvend een stempel krijgt van ‘is kwetsbaar en moet vooral op grenzen letten’, maar juist sterker en veerkrachtiger uit de strijd komt. En dit laatste willen we toch?

Posttraumatische groei
Posttraumatische groei is zowel een proces en een resultaat. In het boek van Greet Vonk en Anja Jongkind komt uitgebreid aan bod hoe je het Posttraumatische groeiproces kan laten ontstaan. Casussen uit hun coaching praktijk komen volop aan bod.

Kort samengevat zeggen ze het volgende:

Het bewerkstellingen van een Posttraumatische groei begint bij (h)erkennen dat groei in moeilijke periode mogelijk is. Als je het zo leest lijkt dit een inkopper, maar het beeld dat wij in de maatschappij hebben is juist het tegenovergestelde. Het beeld dat je blijvend beschadigd bent na bijvoorbeeld een burn-out (in dit artikel lees je meer over burn-out). Dat je vooral voorzichtig moet zijn, grenzen moet leren aangeven of niet meer zoveel kan hebben.

Daarnaast ligt de focus op diepgaande bewustwording van al je krachten, talenten, mogelijkheden en capaciteiten. Dat je jouw krachten leert hanteren in plaats van dat ze jou hanteren (lees: de overhand nemen). Hierbij gaat het meestal ook om het herdefiniëren van wat negatief en positief is. Als je vaak genoeg hebt gehoord dat jouw perfectionisme een probleem vormt, dan ga je dit als zodanig zien. Iets negatiefs waar je vanaf moet. Echter perfectionisme gaat over zorgvuldig willen werken en kwaliteit willen leveren. Een mooie kwaliteit die, als je het hanteert en weet wanneer in te zetten, echt voor mooie uitkomsten kan zorgen.

Het bewerkstelligen van Posttraumatische groei houdt overigens niet in dat een bepaalde pijn of verlies er niet meer is. Het proces waar je doorheen gaat is nog steeds hobbelig en van tijd tot tijd zeer zwaar. Anja Jongkind en Greet Vonk hebben dit mooi verwoord aan het begin van hun boek:

“Moeilijke tijden zijn ook cadeautjes, hoe lastig ze ook zijn. Helaas zitten ze wel verpakt in prikkeldraad. Niemand weet wat in jouw cadeautje zit. Het enige wat wel bekend is, is dat iedereen die jou is voorgegaan het uitpakken van zijn cadeau meer dan de moeite waard vond.’

In het boek Sterker door ellende lees nog tal van voorbeelden en informatie over het bewerkstelligen van Posttraumatische groei. Leuk nieuws 😀, wij mogen 2 boeken weggeven onder onze lezers. Ga naar het Facebook of Instagram account van Moeders in de maatschappij en reageer op de ‘winactie’ post over Posttraumatische groei. Onder de reacties verloten we de 2 boeken.

 

Foto bij bericht: Faris Mohammed on Unsplash

Je eigen pad volgen. Hoe doe je dat?

Je eigen pad volgen. Hoe doe je dat?

Je eigen pad volgen. In het leven. Maar wat bedoelen we ermee? En hoe doe je dat eigenlijk?

 

Maar wat is dan je eigen pad?
Om gelijk met de deur in huis te vallen: jouw pad ontstaat zodra je keuzes maakt op basis van geluk, liefde, vertrouwen. Het is niet een pad dat je van tevoren duidelijk kunt aanwijzen. Het ontstaat, doordat je elke keer keuzes maakt die echt eigen zijn én gebaseerd op eerdergenoemde elementen: geluk, liefde en vertrouwen. Kortom: je doet wat je echt leuk vindt! In dit artikel heb ik eerder geschreven over ‘doen wat je echt leuk vindt.

Als we het tegenovergestelde benoemen wordt het wellicht makkelijker. Je bent van je pad afgeweken, omdat de keuzes die je hebt gemaakt gebaseerd waren op angst, onzekerheid en/of wantrouwen. Het niet bewandelen van je eigen pad kunnen we herkennen in allerlei uitspraken en situaties. Voorbeelden:

  • Ik zou wel iets anders willen doen, maar ……hypotheek, kinderen, geld, tijd, m’n ouders willen…, men verwacht van mij dat…• Als de kinderen de deur uit zijn, dan…..
  • Volledig in de schaduw staan van je partner (je schikt je naar zijn of haar keuzes)
  • Je staat in dienst van anderen en vergeet jezelf compleet.

Het onvermijdelijke 
Het is onvermijdelijk dat je een keer of meerdere keren in je leven niet op je pad zit. Dat is ook het leven en het is zeer nuttig. We hebben juist tegenstellingen nodig. We moeten ervaren wat we NIET willen om te ervaren wat we WEL willen. Zeker in de fase van ‘jongvolwassene’ is dit veel aan de orde. Je leer jezelf goed kennen door van alles te proberen en elke keer de balans op te maken: vond ik dit wel of niet leuk?

Naarmate je ouder wordt leer je jezelf steeds beter kennen. Je radar voor wat wel en niet bij je past wordt sterker. Levensgebeurtenissen werken hierbij als een katalysator. Het versnelt het proces. Moeder worden, het moederschap, is zo een levensgebeurtenis dat als katalysator werkt (dit geldt trouwens ook voor het vaderschap). Niets brengt je dichter bij het leven, dan leven schenken en verantwoordelijk zijn voor leven(s). Als loopbaancoach zie ik dan ook dat veel vrouwen tijdens hun zwangerschap of kort daarna de boel willen opgooien. Ze zijn toe aan een nieuwe indeling van hun leven, het oude past niet meer. In de rubriek Moeders aan het woord lees je dit ook veel terug.

Echter ‘vasthouden’ is een bekende valkuil tijdens dit proces. Vasthouden aan wat is, omdat dit vertrouwt en veilig voelt, terwijl je ervaart dat het eigenlijk niet meer bij je past. Dit kan van alles zijn. Werk dat schuurt met privé, je relatie, een routine die je niet meer dient, gedrag waar je van baalt enzovoorts.

En soms kan je wel wat hulp of begeleiding gebruiken in je proces!
Vooral bij het hoe dan?! Hoe zorg ik ervoor dat……?

Waar mee te beginnen?
Herken je je in bovenstaand en zit je in zo een proces? Start dan als eerste met herbezinning en erkenning voor wat je ervaart en voelt. ‘Wat past er dan niet meer precies? Hoe komt dit? Hoe uit zich dit? Waar haal ik plezier uit en wat voelt als een last? Etc. Maar ook toekomstgericht: ‘wat zou ik anders willen?’ Of nog concreter: ‘wat zou ik aankomend jaar anders willen doen? Waar wil ik aankomend jaar aan werken?’

Een mooie tool hiervoor vind ik het werkboek van YearCompass. In het werkboek blik je terug op het afgelopen jaar en ga je aan de gang met het jaar dat voor je ligt. Door het invullen maak je de volgende beweging:

Reflecteren en bezinnen op afgelopen jaar en lering trekken

naar:

Visualiseren van het jaar dat voor je ligt. Welke koers wil je dat het opgaat?

Bijkomend is dat je werkt aan je grondhouding. Met grondhouding bedoel ik onder andere hoe je omgaat met levensgebeurtenissen, gevoel van dankbaarheid, gevoel van waardering, lering trekken uit wat is gebeurd, de manier waarop je keuzes maakt en de mate waarin je ervaart dat je zelf regie hebt over situaties of juist denkt dat dingen je overkomen. Het ervaren van een gelukkig leven zit hem namelijk niet alleen in het (juiste) pad dat je volgt, maar ook in je grondhouding.

Veluwse reflect and relax 2-daagse 
Om je nog verder te helpen bij het ‘wat en hoe dan?!’ stuk, organiseren we vanuit Moeders in de maatschappij een reflect and relax 2-daagse. Het is speciaal voor moeders en vindt plaats op een prachtige locatie, midden in de bossen. We willen hiermee zoveel mogelijk vrouwen en moeders helpen om hun eigen pad te vinden.  Geïnteresseerd? Klik dan hier voor meer informatie.

 

 Photo by Florencia Viadana on Unsplash

Klein taalgebruik bij vrouwen. Durf jij stellig en bepalend te zijn?

Klein taalgebruik bij vrouwen. Durf jij stellig en bepalend te zijn?

Laatst had ik een interessante interactie op het schoolplein. Ik sprak een vader van een klasgenootje van mijn dochter. We hadden het over halen en brengen en hij zei zoiets als: “Dan breng ik haar zo laat weer terug.” Een heel normale opmerking. Bij mij bleef het hangen. Hoe zou ik zoiets zeggen? Ik besefte dat ik altijd de neiging heb om toestemming te vragen. Ik had waarschijnlijk gezegd: “Vind je het goed als ik haar om … weer terug breng?”

De stelligheid waarmee hij het zei stond in schril contrast met de vragende houding die ik soms aanneem. Later in de week merkte ik op dat ik het vaker deed, toestemming vragen in plaats van zelf bepalen. Ik vond het opvallend.

Onszelf klein houden in taalgebruik en in contact & waarom doen we dit?

De vraag is natuurlijk; Waarom doen we dit? Ervan uitgaande dat ik niet de enige vrouw ben die het zo aanpakt. Als ik het bij mezelf onderzoek zit er zoiets achter als: ik wil aardig gevonden worden. Als ik te stellig dingen zeg, word ik vast dominant gevonden. Kortom, ik maak de relatie met de ander (in dit geval vader van dochters vriendinnetje) belangrijker dan mijn eigen positie. Ik wil dat hij me aardig vindt. Daardoor houd ik me kleiner in taalgebruik dan nodig zou zijn.

Warm en vriendelijk overkomen is voor vrouwen in het algemeen belangrijk. We worden er ook op beoordeeld door anderen. Als vrouw moet je ook ‘dealen’ met een vrouwelijk stereotype. Een vrouw die stevige taal gebruik is snel een ‘b*tch’. Een man die stevige taal gebruikt is een leider. Dus als vrouw is het minder wenselijk vanuit deze achtergrond om leiderschap en stevigheid te tonen.

Herken jij het ook? En wat is het gevolg?

Ga er maar eens op letten, hoeveel vrouwen zichzelf kleiner maken in taalgebruik.

Voorbeelden hiervan zijn:

-“Vind je het ok als…” i.p.v. – “Mijn plan is x, hoe is dat voor jou?”

-“Zullen we dit gaan doen” i.p.v. – “Mijn wens is om …, sta jij hier ook voor open?”

-Verkleinwoorden als ‘bijna’, ‘een beetje’ en sowieso de toevoeging –‘tje’ of je’. Ik heb een ‘bedrijfje’ i.p.v. een bedrijf (deze heb ik zo vaak gehoord!!). Een ‘praktijkje’  i.p.v. een ‘praktijk’.

-“ik weet het niet zeker maar, ….”(en dan zeggen wat je wilt zeggen) i.p.v.  “Dit is mijn mening, hoe kijk jij ernaar”?

Regelmatig merk ik nog dat als mijn kleuter vraagt: “Mama, waarom is een wolk wit?” (bijvoorbeeld) dat mijn eerste reactie is: “Ik weet het niet, maar .. waarschijnlijk omdat zus en zo”. Het lijkt onschuldig maar dit is het niet. Het is elke keer een verkleining van mezelf. Zeker in contact met mijn dochters ben ik er zelf steeds bewuster mee bezig hoe ik mijn woorden kies. Ik ben hun rolmodel dus ik spiegel: ‘Mama weet het niet, is onzeker’ of ‘Mama weet het wel’. Dan  is dat een boodschap die in hun onderbewuste doordringt en gaat beïnvloeden hoe zij zich presenteren als vrouw.

Het gevolg van klein taalgebruik is dat vrouwen zich als incompetent, niet deskundig en twijfelend presenteren. Inmiddels is dit bij mij een bron van ergernis geworden. Het is zo zonde dat vrouwen mede door dit soort positionering naar buiten en in innerlijk zelfgevoel klein blijven. Het ondermijnt ook onze kansen. Je kunt heel veel ‘weten’, kennis hebben, maar als je jezelf onzeker of ‘klein’ presenteert, neemt men je minder serieus. Daardoor krijg je of creëer je minder kansen in je werkomgeving. Je kunt ontzettend intelligent zijn als vrouw, cum laude afstuderen enzovoort. Maar als je niet het lef of de moed vindt om jezelf te positioneren, kun je altijd onderaan de ladder blijven hangen.


Andere manier en daar het gevolg van?

Wat is nu een manier om hier in te veranderen?

Heel belangrijk is om opmerkzaam te zijn. Veel gedrag, ook onze spraak, verloopt automatisch, onbewust. Bewustzijn hierover is nodig om anders te kunnen reageren. Opmerkzaam kun je zijn door na te gaan hoe je de dingen zegt. Erop terug te kijken. Vooral in schriftelijk contact kun je goed nagaan hoe je je woorden kiest. Lees een mail, sms of app nog even na voordat je op ‘versturen’ klikt.

Pas de woorden aan waarin je jezelf verkleint.

Durf stellig te zijn in je uitingen. Ga staan voor jouw mening en laat ruimte voor de ander. (Maar waak voor: wel ruimte geven aan de ander en niet gaan staan voor jezelf.) Een voorbeeld heb ik hierboven gegeven. “Ik zie het zo, hoe is dat voor jou?” In plaats van openen met een onzekere stelling en de ander om toestemming of bevestiging te vragen. “Ik weet het niet zeker, ik denk dit, maar ik weet er niet veel van hoor, wat vind jij?” Etc. etc.

Maak van Kracht je identiteit, identificeer je niet met onzekerheid. Dit is best een proces, maar o zo belangrijk. Het gaat om zelfbeeld. Je kunt oefenen met je identiteit vinden in kracht. In het boeddhisme heb je bijvoorbeeld beoefeningen waarbij je jezelf visualiseert als een boeddha. Jezelf zien als een boeddha, dan kun je niet klein blijven toch? Andere mensen visualiseren een innerlijk licht. Sommigen helpt het om een affirmatie te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Ik ben helemaal goed zoals ik ben, ik vertrouw op mijn innerlijk weten. Ik uit mij vanuit mijn kracht.” Door dat dagelijks meerdere keren te doen, te herhalen, verander je je zelfbeeld.

Wees warm in het contact zonder jezelf daarbij klein te houden. Zo kom je tegemoet aan het stereotype en voelen je anderen je zachtheid én je stelligheid. (Deze tip komt uit het boek ‘Playing Big van Tara Mohr, een heel inspirerende vrouw.) Je kunt bijvoorbeeld openen met persoonlijke vragen of ermee afsluiten. Mensen voelen dan je warmte. In de rest van je communicatie kun je jezelf duidelijk positioneren. Je deelt dan wat jouw mening, jouw visie, jouw voorstel is.

Het gevolg hiervan is dat je duidelijker bent naar je omgeving, een steviger indruk maakt. Je neemt je ruimte in en krijgt hierdoor meer voor elkaar dan als je jezelf verkleint. Als moeder ben je een stevig, krachtig voorbeeld voor je kinderen.

 

Photo by Priscilla Du Preez on Unsplash

Meer leren loslaten? Hoe doe je dat?

Meer leren loslaten? Hoe doe je dat?

Van de zomer zat ik met een paar collega’s in de auto. Een collega vroeg aan me hoe het ging. Ik vertelde: “ik wil eigenlijk nieuwe stappen zetten in mijn werk, ik zou best meer uren willen werken, alleen wil ik ook genoeg tijd doorbrengen met mijn kinderen.” Waarop zij antwoordde: “Ja, dat is het eeuwige dilemma van een moeder.” Ze vertelde: “Als ik aan het werk ben, denk ik tussendoor, hoe zou het thuis gaan? Laten ze de hond wel uit? Loopt het allemaal wel? Mijn man die zegt dan: als ik aan het werk ben, ben ik aan het werk.”

Typisch toch?
Ik vond het zo herkenbaar en ik denk dat dit voor veel vrouwen geldt. Het lijkt wel alsof vrouwen, moeders, altijd hun voelsprieten ‘aan’ hebben staan. Voelsprieten voor hun kinderen en omgeving.

Volgens mij is het voor vrouwen lastig dat ze in onze huidige maatschappij zo veel rollen vervullen. De meeste moeders van nu hebben óók een carrière. En zij hebben wensen om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen. Ze hebben een sociaal leven en familie waar aandacht naartoe gaat. Dit allemaal naast het moederschap.

Gevolgen van dit dilemma
Dit maakt dat ‘moeder zijn’ in combinatie met werk en andere zaken voelt als: alle ballen in de lucht houden. Leren los te laten is vaak een thema voor vrouwen. Het gevolg? Constant nadenken over ‘hoe krijg ik alles geregeld én blijft iedereen blij’. Daarnaast een groot verantwoordelijkheidsgevoel op allerlei gebieden. Bijvoorbeeld ten aanzien van gezond eten, een gezond ritme voor de kinderen én ook de verantwoordelijkheden om je baan goed te doen. Daarnaast wil je aandacht hebben voor vrienden et cetera. Overbelasting ligt snel op de loer.

Wat helpt om meer los te kunnen laten?
Wat mij persoonlijk helpt om overbelasting te voorkomen is om de mannelijke energie is mijzelf meer naar voren te laten komen. Loslaten kun je écht leren. Het vraagt om meer taken uit handen te geven. Je eigen ruimte bewuster in te nemen. Minder ‘er bovenop te zitten’. Niet alles op jóuw manier te moeten doen. Een klein voorbeeld: mijn partner smeert een boterham met pindakaas én hagelslag voor mijn dochtertje. Ik denk bij mezelf: “neem nou die suikervrije appelstroop.” Maar.. ik zeg het niet. Ik zeg het niet, omdat ik blij ben dat hij het doet en accepteer dat het niet op mijn manier gaat. Loslaten dus. Ander voorbeeld: Ik voel me schuldig om een avond weg te gaan rond bedtijd want dat is zoveel werk voor mijn partner. Maar….ik laat me niet leiden door mijn schuldgevoel en ga toch (zonder nog eerst een pyjama aan te trekken bij mijn kind).

Het is een dilemma tussen willen zorgen (vrouwelijke kant) en ruimte voor mezelf maken (mannelijke kant).

Wat ik hierboven benoem zijn voorbeelden van ‘kleine’ situaties. Maar veel kleine dingen bij elkaar hebben een groot effect. In mijn geval meer rust en ruimte voor mijzelf, dus minder uitputting.

Mannelijk en vrouwelijk in balans brengen
Op een dieper niveau denk ik dat het belangrijk is dat vrouwen hun mannelijke kwaliteiten meer gaan ontwikkelen en dat mannen hun vrouwelijke kwaliteiten. Dit geldt overigens niet alleen voor moeders, maar voor iedereen. Om ‘heel’ te zijn in onszelf hebben we beide kanten hard nodig.

Een vrouw zonder mannelijke energie die versmelt, die zorgt, plaatst zichzelf op de achtergrond en laat de behoeftes van anderen altijd voorgaan. Een man zonder vrouwelijke energie die kan ‘hard’ of kil worden, zet zichzelf altijd voorop en verliest daarmee ook het contact met zijn omgeving. Gevoelens worden dan gezien als onwenselijk.

Bijna alle mensen hebben wel een mix hebben van mannelijk en vrouwelijk. Maar doorgaans zie ik, onder andere in mijn praktijk, veel vrouwen, inclusief mijzelf, worstelen met het herkennen van hun eigen behoeftes en deze vervolgens ook uiten. Ook zie ik vaak de moeite om ruimte in te nemen, om nee te zeggen en te kiezen voor goede zelfzorg. Er is wel een grote verandering gaande. Steeds meer mensen voelen dat heelwording belangrijk is. Ze beseffen dat de uitersten van mannelijk of vrouwelijk zijn hen uiteindelijk beperken (meer hierover lees je hier in het artikel van Shinta).

In mijn leven heb ik gezien dat als ik mijn behoeftes herken en kan uiten, dat dit meer balans brengt in mijzelf én in ons gezin. Laatst wilde ik graag naar een bijeenkomst voor mijn ontwikkeling. Ik vond het lastig om weg te gaan ’s avonds en de zorg over te laten aan mijn partner. Toch ben ik gegaan, want zo hebben de kinderen meer ervaringen met een zorgende vader en met een moeder met een eigen leven. Een voorbeeld dat ik graag aan mijn dochters mee geef. Hoe heerlijk ik het ook vind om bij mijn kinderen te zijn en zorgzaam, liefdevol en nabij te zijn…zo heerlijk is het ook om een vrouw te zijn met een eigen leven, met ruimte voor eigen ontwikkeling en een eigen pad.

Tips
Herken jij dit dilemma in jezelf? Vind jij het makkelijker om te zorgen en moeilijker om ruimte in te nemen? Hieronder een aantal tips.

  • Luister naar je gevoel en let op wanneer je je ergert. Ergernis is vaak een teken dat je teveel bezig met de ander en dat je eigenlijk zelf meer ruimte nodig hebt. Sta stil bij wat jij nu eigenlijk nodig hebt en communiceer dit met je partner als dat mogelijk is.
  • Maak duidelijke afspraken met je partner. Wie brengt wie naar bed, wie zet het ontbijt klaar en wie kleed de kinderen aan. Heldere afspraken helpen om meer los te kunnen laten. Anders kan alles jouw taak worden (in je eigen hoofd althans).
  • Laat je niet leiden door schuldgevoel. Veel vrouwen voelen zich snel schuldig, maar dit gevoel is geen goede leidraad. Schuldgevoel betekent dat jij jezelf verantwoordelijk hebt gesteld voor iets, maar betekent niet dat jij dat bent. Neem het schuldgevoel waar, maar kies met je hart.
  • Probeer ‘ballen’ los te laten. Laat die was een keer ophopen. Laat het aanrecht een chaos. Ruim niet alles direct op. Laat de controle los. En ga lekker spelen met je kind of neem een ontspanningsmoment voor jezelf. Opruimen kan altijd op een ander moment.
  • Bemoei je niet te veel met alles. Durf eens iets ‘mis’ te laten gaan.
  • Neem ruimte voor jezelf. Maak meer contact met wat jíj nodig hebt en spreek het uit naar je omgeving. Dat is een vorm van zelfliefde. Creëer stilte momenten. Of een sportmoment. Neem een dag vrij en dan echt helemaal voor jezelf. Doe dit met regelmaat. Je bent het echt waard! Een blije mama doet het hele gezin goed.

 

Dit artikel is geschreven door Maartje Roeterdink. Maartje is werkzaam als psycholoog en coach en heeft een eigen praktijk in Wijchen: www.roeterdinkcoaching.nl 

Foto: Nathan Dumlao on Unsplash

En de man dan?!

En de man dan?!

En de man dan?! Deze reactie krijg ik regelmatig als ik kort vertel over moeders in de maatschappij en mijn verhaal over waarom ik de website heb opgericht. Het is ook DE reactie die regelmatig via Social Media terugkomt bij bepaalde artikelen. Bijvoorbeeld bij dit artikel met tips over hoe je het moederschap kan combineren met een carrière. Of ik hoor een variant erop, zoiets als “Ik mis de man in dit verhaal!”

De reactie is begrijpelijk. Want ja, zorgen voor balans binnen het gezin (en met carrières) is iets waar beide partners voor kunnen zorgdragen (mits je een partner hebt). Niet alleen de moeder. Omdat de reactie zo vaak gegeven wordt, wil ik er wat dieper op in gaan.

En de man dan?
De vraag kan ik alleen persoonlijk beantwoorden. Ik kan aangeven waarom ik overgegaan ben tot het oprichten van Moeders in de maatschappij en welke afwegingen ik maak als het gaat om de content op de website.

De reden dat ik mij alleen richt op moeders is vanwege het volgende:

Omdat ik zelf moeder ben.

Ik ben de doelgroep van Moeders in de maatschappij. Ik herken mij in de reis van het moederschap, alsook het gevoel dat je naast moeder ook nog vrouw bent met ambities. De strubbelingen tussen enerzijds ambities hebben, anderzijds er voor je kind zijn.

Voordat ik moeder werd was ik mij overigens al bewust van het feit dat veel moeders moeite hebben met balanceren tussen thuis, gezin en werk. Als loopbaancoach heb ik de afgelopen jaren geregeld met vrouwen gesproken die vastgelopen waren in hun loopbaan door die eerdergenoemde strubbelingen (in dit stuk lees je er meer over).

Pas toen ik zelf moeder werd, voelde ik de intrinsieke motivatie om me hier wat meer over uit te spreken en om er iets mee te doen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in Moeders in de maatschappij. Ik denk dat het met veel zaken zo gaat in het leven: ‘het weten’ omzetten naar acties komt tot stand als het dicht bij je komt te staan.

Mijn intrinsieke motivatie gaat eigenlijk nog iets verder. Het beantwoordt wellicht ook de vraag “en mannen dan?”. Ik neem hiervoor een duik in de geschiedenis ;-).

De reden waarom met name moeders/vrouwen worstelen met werk/privé heeft te maken met onze geschiedenis en waar we nu staan als samenleving. De geschiedenis waarbij de arbeidsmarkt voornamelijk een plek was voor mannen. Waar vrouwen in Nederland handelingsonbekwaam werden zodra ze trouwden en daardoor stopten met werken. Een wet die overigens pas in 1957 is aangepast. En alhoewel de wet was aangepast duurde het tot eind jaren 90 voordat vrouwen daadwerkelijk (meer) gingen werken en de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen boven de 50% uitkwam.

Dit schaar ik onder: verandering heeft tijd nodig. Zeker als het gaat om overtuigingen (over wat een vrouw/moeder mag /kan, hoe een gezin georganiseerd ‘dient’ te worden, welke rol een man ‘moet’ aannemen etc.) van miljoenen mensen. En soms lijkt de berichtgeving in het nieuws anders, maar eigenlijk zitten we nog steeds in deze transformatiefase van het loslaten van oude patronen, overtuigingen én het inregelen van randvoorwaarden waardoor vrouwen en mannen beiden deel kunnen nemen aan de arbeidsmarkt zoals zij dat zelf wensen. Één van zo een randvoorwaarde is recent ter sprake gekomen in onze samenleving: het recht op meer partnerverlof.

Langer partnerverlof stelt ons in staat om als partners in dialoog te gaan over hoe we de zorg- voor het kind of kinderen, huishouden etc. – graag zien en verdelen. Kortom: het geeft ons meer keuzevrijheid, in plaats van dat dit automatisch bij de moeder ligt, omdat de partner al na 3 dagen weer aan het werk moet (weg keuzevrijheid!).

Ik heb mij als doel gesteld om een bijdrage te leveren aan deze transformatiefase, omdat die naar mijns inziens nog gaande is. Specifiek heb ik gekozen om moeders hierbij te helpen. Zoals eerder aangegeven: dit is een persoonlijke afweging.

Daarnaast kies ik er bewust voor om niet de man als zondebok weg te zetten, want dat zijn ze namelijk helemaal niet. Of om te wijzen ‘en de man dan?! Dit doe ik niet vanwege mijn overtuiging dat verandering ALTIJD bij jezelf begint. Begin bij wat jij anders wenst, welk gedrag daarvoor nodig is en hoe jouw ideale leven eruitziet. De rest volgt vanzelf.

En de man dan?
Nou, de man is inmiddels niet altijd een man meer. Vandaar dat ik vaak het woord partner gebruik. Emancipatie is voor mij niet persé dat vrouwen meer moeten werken (het mag, hoeft niet). Emancipatie houdt voor mij in: het hebben en organiseren van meer keuzevrijheid (ongeacht gezinssamenstelling!). Keuzevrijheid om dat te doen wat voor jou en je gezin goed voelt. Dit kan allerlei vormen aannemen, zoals beiden fulltime of parttime werken, een partner die (tijdelijk) betaald werk ter zijde schuift om de zorg van de kinderen op zich te nemen etc.

En soms ga ik voor deze missie op de barricade staan. Bijvoorbeeld voor bepaalde rechten, zoals meer partnerverlof en gelijke lonen. Initiatieven zoals stem op een vrouw moedig ik ook aan. Ik denk namelijk dat het bijdraagt aan een positieve transformatiefase en aan meer keuzevrijheid. 

Ik hoop dat ik de vraag  En de man dan?! heb kunnen beantwoorden. Daarnaast ben ik benieuwd naar jullie visie hierover. Laat vooral een reactie achter, hier, op Instagram of Facebook. 

Photo by Elisey Vavulin on Unsplash